ICOM Definitie

ICOM Definitie

Wat vooraf ging:

De International Council of Museums (ICOM) omschrijft wat een museum is in ‘de museumdefinitie’. De huidige definitie dateert van 2007. In veel landen wordt de ICOM-definitie gezien als internationale standaard en als meetlat gehanteerd bij interne regelgeving en subsidieverstrekking. De ledenvergadering van 2018 besloot om de definitie te herzien.. De SC for Museum Definition, Prospects and Potentials (MDPP) kreeg de taak de museumdefinitie te herzien.

De behandeling van de nieuwe museumdefinitie in de ledenvergadering 2019 in Kyoto verliep tumultueus. De nieuwe maatschappelijk gerichte insteek werd door diverse leden ervaren als politiserend. Gevoelige punten binnen ICOM werden aangeroerd: traditionele Europese en ‘witte’ dominantie, conservatieve tegendruk vanuit collectiegerichte musea, zelfcensuur vanuit autoritair bestuurde landen, progressieve stromingen in liberale landen, angst voor subsidieverlies, procedurele manoeuvres, communicatiegebreken, dominantie van de Engelse taal… en vooral de korte tijd die er was om ieders achterban te raadplegen. Allemaal elementen die heftige emoties veroorzaakten. Het was een memorabele Extraordinary General Assembly voor alle aanwezigen.

ICOM Frankrijk en een aantal andere Europese landen poogden de definitie 2019 op de lange baan te schuiven ‘tot volledige consensus was bereikt’. ICOM Nederland en anderen zagen hierin een poging het thema van tafel te krijgen en gingen hier tegenin. De uitkomst van de discussie in Kyoto was de best mogelijke: het agendapunt werd verplaatst naar de vergadering in 2020.

Het probleem van de communicatie met de achterban was hiermee opgevangen. Elk committee heeft nu de gelegenheid in eigen gelederen de museumdefinitie ter discussie te stellen. Uiteindelijk zal elk committee namens zijn leden in juni 2020 een stem in de ledenvergadering uitbrengen.

.… nu in Nederland

Zo’n zeventig Nederlanders waren aanwezig in Kyoto. De reuring rondom de museumdefinitie kreeg veel aandacht in de media. Door te beschrijven wat een museum moet of kan zijn, bepaal je immers ook wie je buitensluit. Dat maakt de discussie een identiteitskwestie, verbonden aan status en daarmee vaak ook aan financiering.

NC ICOM The Netherlands telt 5.300 leden en focust zich op het stimuleren van zijn leden om over de grenzen heen te kijken, ICOM te benutten als platform om je te verbinden met musea en collega’s in het buitenland en je internationaal te ontwikkelen. En dus ook om mee te denken over de nieuwe definitie. In de komende maanden wil ICOM Nederland daarom de mening van de leden ophalen. Daarbij haken we zoveel mogelijk aan op al bestaande bijeenkomsten en overleggen.

In vergelijking met veel andere landen heeft Nederland een rijk museumlandschap. De Museum-vereniging treedt op als belangenbehartiger voor musea en is samen met het Landelijk Contact Museumconsulenten eigenaar van de Museumnorm. De huidige ICOM definitie is onderdeel van de Museumnorm. Het Museumregister toetst. Diverse koepels, federaties en andere allianties ontplooien ook zinvolle museale activiteiten.

ICOM besluitvorming en de museumdefinitie

De MDPP ging in gesprek met een aantal van de 118 National Committees en 34 International Committees. Er werd een internationaal communicatietraject ingezet, gericht op alle 45.000 ICOM leden. Gaandeweg concludeerde men dat veel jonge museuminitiatieven sterk maatschappelijk gericht waren, zeker buiten Europa waar aandacht wordt gegeven aan dekolonisatie, bedreigde natuur en erfgoed, emancipatie van inheemse volken, slachtoffers van politieke onderdrukking. Deze maatschappelijke tendensen wilde de MDPP opnemen in de nieuwe definitie. Zo kwam een ‘definitie 2019’ tot stand. Zes weken voor de ledenvergadering werd deze verspreid onder de committees.

 

Verschil tussen de ICOM definitie

vanaf 2007 tot op heden geldt:

A museum is a non-profit, permanent institution in the service of society and its development, open to the public, which acquires, conserves, researches, communicates and exhibits the tangible and intangible heritage of humanity and its environment for the purposes of education, study and enjoyment.

Vertaald: “Een museum is een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, toegankelijk voor publiek, die ten dienste staat van de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen.”

En

Het voorstel dat niet is aangenomen in Kyoto in 2019:

Museums are democratising, inclusive and polyphonic spaces for critical dialogue about the pasts and the futures. Acknowledging and addressing the conflicts and challenges of the present, they hold artefacts and specimens in trust for society, safeguard diverse memories for future generations and guarantee equal rights and equal access to heritage for all people.

Museums are not for profit. They are participatory and transparent, and work in active partnership with and for diverse communities to collect, preserve, research, interpret, exhibit, and enhance understandings of the world, aiming to contribute to human dignity and social justice, global equality and planetary wellbeing.

Vertaald:

“Musea zijn democratiserende, inclusieve en meerstemmige ruimtes voor kritische dialoog over het verleden en de toekomst. Terwijl ze de conflicten en uitdagingen van het heden erkennen en aanpakken, houden ze artefacten en exemplaren in beheer voor de samenleving, bewaren ze uiteenlopende herinneringen voor toekomstige generaties en garanderen ze gelijke rechten en gelijke toegang tot het erfgoed voor alle mensen.

Musea hebben geen winstoogmerk. Ze zijn participatief en transparant en werken in actief partnerschap met en voor diverse gemeenschappen om inzichten in de wereld te verzamelen, te bewaren, te onderzoeken, te interpreteren en te tentoonstellen. Met als doel bij te dragen aan de menselijke waardigheid, sociale rechtvaardigheid, wereldwijde gelijkheid en planetair welzijn.”